Borstvoeding is een natuurlijk proces dat tijd mag krijgen om te groeien. De beginfase kan even zoeken zijn: veel moeders ervaren vragen of onzekerheden en dat is heel begrijpelijk. Dit kan komen door verhalen uit de omgeving, een gebrek aan voorbeelden of onvoldoende begeleiding. Tegelijk zegt dit niets over hun vermogen om hun baby te kunnen voeden. Met voorbereiding en waar nodig passende begeleiding, kunnen moeders met vertrouwen hun eigen weg vinden.
We spraken met lactatiekundige Wendy Seelen over wat je kunt verwachten in de eerste periode, wat kan helpen om met vertrouwen borstvoeding te geven
en hoe borstvoeding, naast soms zoeken, vooral leuk en fijn kan zijn.
Ben jij onzeker over jouw melkproductie? Wendy ziet vaak dat moeders zich in de eerste periode na de bevalling afvragen of hun baby voldoende melk binnenkrijgt. Deze zorgen komen dus vaak voor en veel moeders herkennen dit. Wendy vertelt:
“Veel moeders denken dat ze te weinig melk hebben, maar de baby heeft in het begin niet meer dan een paar druppels nodig. De borstvoeding is vaak dus prima op gang voor de behoefte van de baby! Dat is precies op elkaar afgestemd. De biologische norm is dat borstvoeding druppelsgewijs op gang komt. Als je dit niet weet zou je kunnen denken dat het te weinig of te laat op gang komt. Een baby krijgt voldoende binnen als hij vaak aan de borst mag drinken, zo’n acht tot twaalf keer per 24 uur. Dat betekent dat een baby veel bij de moeder mag liggen en vaak richting de borst wordt gebracht.”
“Wat we in Nederland veel zien, is dat er allerlei regeltjes zijn: een baby moet elke drie uur drinken, een bepaald aantal minuten aan de borst, elke dag wegen, en hij mag maar een bepaald percentage afvallen. Al die regels geven controle, maar zorgen er ook voor dat we sneller denken dat borstvoeding niet goed of niet snel genoeg op gang komt. Daarnaast krijgen veel moeders op de eerste dag te horen dat hun baby voldoende reserves heeft en daarom nog niet gevoed hoeft te worden. Daar ben ik het op zich mee eens, maar als de borsten in die periode niet gestimuleerd worden komt de melkproductie later op gang. Daardoor zie je dat een baby rond dag drie of vier volgens onze richtlijnen te veel afvalt en er alsnog bijvoeding nodig is. Het één is dus een gevolg van het ander en kan de borstvoeding ondermijnen.”
“Tegenwoordig leven we bovendien vrij individueel, waardoor veel moeders weinig ervaring en kennis hebben over borstvoeding en baby’s. Dat kan in de eerste dagen onzekerheid geven over je eigen vermogen om te voeden”.
Wanneer is er wat extra ondersteuning nodig? “Extra ondersteuning is nodig als een baby veel afvalt, zich niet goed ontwikkelt, als een moeder pijn of twijfels heeft, of als een verloskundige aangeeft dat het medisch noodzakelijk is. Er kunnen allerlei redenen zijn.”
“Zwangerschap en bevalling hebben veel invloed op hoe moeder zich in staat voelt om haar kindje regelmatig aan te leggen en of ze ontspannen is. Hoe een bevalling verloopt, of er medicatie of medische ingrepen zijn geweest en hoe een moeder zich fysiek en mentaal voelt, spelen allemaal mee. Daarnaast heeft de manier waarop we over borstvoeding praten invloed: als we het vooral hebben over hoeveel moeite het kost, gaan moeders het ook zo verwachten. Je hoort dan ook vaak: ‘ik ga het proberen’, in plaats van ‘ik ga borstvoeding geven’.”
Klopt het dat er tegenwoordig vrij snel wordt geadviseerd om bij te voeden? “Ja, dat zie ik vaak. En het is lang niet altijd met een medische reden. Soms wordt bijvoeding geadviseerd omdat een baby onrustig is, om ouders wat rust te geven, of omdat zorgverleners twijfelen aan het slagen of het nut van borstvoeding. Ook speelt een gebrek aan kennis een rol. Soms wordt gedacht: een beetje bijvoeden kan geen kwaad. Daarnaast hebben ouders zelf vaak twijfels over hun melkproductie.”
“Ook zien we dat er tegenwoordig vaak minder uren kraamzorg beschikbaar zijn. Hierdoor wordt soms sneller gekozen voor het geven van kunstvoeding, in plaats van dat er voldoende tijd en begeleiding is om moeders goed te ondersteunen bij het voeden van hun kindje.”
Wat zijn de mogelijke gevolgen van te snel starten met bijvoeding? “Als een baby wordt gevuld met kunstvoeding, vraagt hij minder om voeding. Daardoor wordt hij minder vaak aangelegd en komt de melkproductie minder goed op gang. Daarnaast geeft het ook een boodschap aan de moeder: dat haar voeding niet goed of niet voldoende is, of dat zij het niet kan. Dat zorgt voor meer twijfel. Het is belangrijk om goed naar de hele situatie te kijken en afwegingen te maken. De gezondheid van de baby bijvoorbeeld, maar ook moeders wens om lang borstvoeding te geven.”
Wanneer is bijvoeding wél medisch noodzakelijk? “Bijvoeding is in sommige gevallen medisch noodzakelijk als een baby zichzelf niet goed op temperatuur kan houden, bij een dalende bloedsuiker, als een baby meer dan 10% van zijn geboortegewicht afvalt, of bij uraten (sterk geconcentreerde urine).”
Wat doet het met moeders als borstvoeding geven niet meteen gaat zoals verwacht? “Moeders beginnen vaak al onzeker. Ze zeggen: ‘ik ga proberen borstvoeding te geven’. Dat komt doordat ze weinig andere moeders zien voeden, veel negatieve verhalen horen en soms al kunstvoeding meekrijgen van de verloskundige, wat eigenlijk al een boodschap geeft dat het misschien niet gaat lukken. Ook als hun eigen moeder geen borstvoeding heeft gegeven, speelt dat mee. En er is veel misinformatie, zoals het idee dat moedermelk te waterig of niet voedzaam genoeg zou zijn.” “Daarnaast missen veel moeders kennis vóór de bevalling: hoe werken je borsten, wat heeft een baby nodig? We zijn minder in contact met de natuur, zien weinig voorbeelden en hebben daardoor geen realistisch beeld. En na de bevalling komen er ook nog hormonen bij kijken, hebben we te maken met slapeloze nachten en hoge verwachtingen die we aan onszelf stellen. Ouders bereiden zich vooral voor op de bevalling en wat ze moeten kopen. Over hoe het is om een baby in huis te hebben, wordt vaak minder nagedacht.”
Wanneer is het belangrijk om hulp in te schakelen? “Hulp inschakelen kan op elk moment. Het is juist belangrijk om dat op tijd te doen, zodat je nog energie en vertrouwen hebt om met adviezen aan de slag te gaan. Goede begeleiding is essentieel, want door misinformatie krijgen moeders vaak niet de begeleiding die ze nodig hebben bij de start. Je kunt veel opzoeken op internet of via chatGPT, maar het toepassen van deze informatie op jouw specifieke situatie is toch echt maatwerk. Dan kun je laagdrempelig een lactatiekundige inschakelen die met jou meekijkt en denkt hoe het voeden van je baby prettiger en beter kan. En soms is dit een combinatie van voeden aan de borst, kolven en/of kunstvoeding. Er kunnen veel verschillende factoren meespelen. Een lactatiekundige is hierin gespecialiseerd.”
Een lactatiekundige kan áltijd eens meekijken naar jouw situatie en praktische handvatten geven. Dat kan veel onzekerheid of twijfels wegnemen en ervoor zorgen dat voeden prettiger verloopt.
“Doe vooral wat bij jou past. En het kan helpen om een netwerk te zoeken van mensen die hetzelfde doormaken en je kunnen ondersteunen bij twijfel. Het helpt ook om je partner mee te nemen in de voorbereiding, zodat hij jou kan steunen met de juiste informatie en begrip.”
Wendy organiseert al 17 jaar wekelijks een borstvoedingscafé in Breda, waar moeders elkaar kunnen ontmoeten met hun baby. “Er zijn veel meer van dit soort initiatieven, en die kunnen echt helpen.”
Zijn er situaties waarin extra ondersteuning vaker nodig is? “Ja, bijvoorbeeld bij een premature baby. Die heeft vaak nog niet de kracht om goed aan de borst te drinken. Moeders hebben dan goede uitleg nodig over kolven en over wat ze kunnen verwachten. Deze baby’s drinken meestal niet volledig aan de borst binnen de kraamweek. Dat betekent veel kolven. En daarna, als je thuis bent, moet je je baby weer gaan aanleggen zonder de ‘back-up’ van medische controles en schema’s. Dat maakt het soms lastig om op gevoel te gaan voeden.”
“Eigenlijk vraagt elke bijzondere situatie om persoonlijke begeleiding door iemand die het proces begrijpt en, samen met de ouders, kijkt naar wat moeder en baby nodig hebben. Niet alleen praktisch en lichamelijk, maar juist ook emotioneel en mentaal. En samen kijken we hoe ouders dit willen vormgeven.”
Wat wil je moeders meegeven die twijfelen over adviezen, zoals bijvoeding of stoppen? “Win meer informatie in en overleg met een deskundige. En voor aanstaande ouders: bereid je goed voor op borstvoeding vóór de bevalling, zodat je begrijpt wat je aan het doen bent. En overleg bij twijfel met je verloskundige over het advies dat je krijgt.”
Wat zijn belangrijke tips voor een goede start met borstvoeding? “Heb vertrouwen in je lichaam. Je hebt een hele baby kunnen maken en in de meeste gevallen is je lichaam ook in staat om melk aan te maken. Tegelijk mag je beseffen dat borstvoeding een proces is dat tijd nodig heeft. Het is iets wat jij en je baby samen leren. Je baby heeft vooral behoefte aan nabijheid: veel contact, gedragen worden, warmte en steeds wat meer melk. Juist die dingen die helpend zijn voor borstvoeding, sluiten precies aan bij wat je baby nodig heeft.”
“Ik gun iedere moeder het vertrouwen in haar lichaam en in zichzelf. Je hebt de tijd om dit te leren met je baby, om je baby te leren kennen en om jezelf opnieuw te leren kennen. Het is een intensieve maar mooie periode waarin je samen je weg vindt en als lactatiekundige kijk ik daarin graag met je mee.”