Door: Yolentha Slootweg, gepubliceerd op: 18/11/2025

Voorlichting over bloedgroepantistoffen tijdens de zwangerschap

Dr. Yolentha Slootweg, is werkzaam als klinisch verloskundige in het LUMC het landelijke verwijscentrum voor foetale therapie. Zij heeft haar promotieonderzoek gedaan naar bloedgroepenimmunisatie en daarbij met name het landelijke screenings en preventieprogramma geëvalueerd. Zij neemt zitting in de landelijke werkgroep preventie en screening naar infectieziekten en erytrocytenimmunisatie in de zwangerschap.

Wat zijn bloedgroepantistoffen?

Je lichaam maakt antistoffen aan om je te beschermen.  Soms gebeurt dat ook tegen bloedgroepen die je zelf niet hebt. Deze antistoffen noemen we bloedgroepantistoffen. (1)

Tijdens de zwangerschap kunnen deze antistoffen een probleem vormen. Als jouw kind een andere bloedgroep heeft dan jij, kunnen jouw antistoffen de rode bloedcellen van je kind afbreken. Daardoor kan je kind bloedarmoede krijgen. Dit noemen we Rhesusziekte. Je kind kan ook geel worden na de geboorte (geelzucht).

Gelukkig kunnen we dit vroeg opsporen en behandelen. Zo voorkomen we dat je kind ernstig ziek wordt of overlijdt.

Hoe ontstaat bloedgroepimmunisatie?

Op rode bloedcellen zitten kleine stofjes (eiwitten). Die bepalen je bloedgroep, bijvoorbeeld A, B of Rhesus D. Als je lichaam in contact komt met bloed van iemand met een andere bloedgroep, kun je antistoffen maken. (3,4) Dat kan gebeuren:

  • bij een bloedtransfusie,
  • tijdens de zwangerschap,
  • of tijdens de bevalling als een beetje bloed van het kind in jouw bloed komt.

Hoe kunnen we dit voorkomen?

In Nederland wordt hier goed op gelet.(2) Zwangeren krijgen standaard bloedonderzoek. Als je een Rhesus D-negatieve of Rhesus c-negatieve bloedgroep hebt, krijg je extra controles. (3,4)

  • Rhesus D-negatief: we kijken of je kind een Rhesus D-positieve bloedgroep heeft. Zo ja, dan krijg je rond 30 weken zwangerschap een prik (anti-D). Die voorkomt dat je antistoffen aanmaakt.
  • Rhesus c-negatief: hiervoor bestaat geen prik. Wel controleren we je bloed goed om antistoffen op tijd te vinden.

Ook zorgen we ervoor dat vrouwen onder de 45 jaar geen bloedtransfusie krijgen met een verkeerde bloedgroep. Alles valt onder het landelijke bevolkingsonderzoek PSIE.

Hoe vaak komt het voor?

Ongeveer 550 zwangeren per jaar in Nederland hebben of krijgen bloedgroepantistoffen. (5) Niet elk kind wordt daardoor ziek. Of het gevaarlijk is, hangt af van:

  • hoeveel antistoffen je hebt,
  • of ze bij je kind komen,
  • en hoe sterk ze de bloedcellen van je kind afbreken.

De meeste problemen ontstaan door Rhesus D-antistoffen, daarna door Rhesus c en Kell-antistoffen.

Wat betekent dit voor jou?

Als je bloedgroepantistoffen hebt, word je daar zelf niet ziek van. Maar het is wel belangrijk om het te melden als je gaat bevallen of geopereerd wordt. Je hebt dan misschien speciaal bloed nodig.

Vertel het altijd aan je verloskundige of arts.

Hoe wordt het kind behandeld?

Als je kind toch ziek wordt, zijn er goede behandelingen. Tijdens de zwangerschap kan je kind een bloedtransfusie in de baarmoeder krijgen. Dit gebeurt in het LUMC in Leiden.

Na de geboorte kan je kind behandeld worden met:

  • fototherapie (lichttherapie) tegen geelzucht,
  • soms een bloedtransfusie of bloedwissel.

De arts bespreekt waar de bevalling het beste kan plaatsvinden, afhankelijk van de zorg die je kind nodig heeft.

Wat betekent het voor je bevalling?

Is er weinig kans op ziekte? Dan kun je in het ziekenhuis bevallen onder begeleiding van een verloskundige. Na de geboorte krijgt je baby nog wat bloedonderzoek. Als alles goed is, mogen jullie samen naar huis.(1)

Is er wél kans op ziekte? Dan bespreekt de arts met jou waar en wanneer je het beste kunt bevallen. Soms is het nodig om de bevalling op te wekken na 37 weken (inleiding). Dit gebeurt in het ziekenhuis. Je kind krijgt daar direct na de geboorte de juiste zorg.

En voor een volgende zwangerschap?

Als je eenmaal antistoffen hebt, blijven die in je bloed. Bij een volgende zwangerschap is het risico afhankelijk van de bloedgroep van de vader en van het kind.

Wil je opnieuw zwanger worden? Vraag dan een gesprek aan bij het ziekenhuis voor preconceptie-advies. (1) Zo weet je waar je rekening mee kunt houden.

 

Bronnen:

Bronnen:

1             Kwaliteitsnorm erytrocytenimmunisatie in de zwangerschap

2             https://www.pns.nl/bloedonderzoek-zwangeren/onderzoek-bloedgroepen

3             Koelewijn JM, de Haas M, Vrijkotte TG, van der Schoot CE, Bonsel GJ. Risk factors for RhD immunisation despite antenatal and postnatal anti-D prophylaxis. BJOG. 2009 Sep;116(10):1307-14. doi: 10.1111/j.1471-0528.2009.02244.x. Epub 2009 Jun 17. PMID: 19538414; PMCID: PMC2774154.

4             Slootweg YM, Zwiers C, Koelewijn JM, van der Schoot E, Oepkes D, van Kamp IL, de Haas M. Risk factors for RhD immunisation in a high coverage prevention programme of antenatal and postnatal RhIg: a nationwide cohort study. BJOG. 2022 Sep;129(10):1721-1730. doi: 10.1111/1471-0528.17118. Epub 2022 Mar 18. PMID: 35133072; PMCID: PMC9543810.

5             https://www.pns.nl/documenten/proces-monitor-psie-2023

6             Doelgroepen | Babyzietgeel – Richtlijn hyperbilirubinemie

7             Rhesusziekte | Foetaletherapie

8             De bevalling inleiden | De Verloskundige

9             Inleiden van de bevalling | De Gynaecoloog