Bij een bevalling hoort meestal pijn. Hoeveel pijn iemand ervaart, verschilt per vrouw en per bevalling. De duur en het verloop van de bevalling spelen hierbij een rol. Ook eerdere ervaringen, spanning of angst, de omgeving en de steun die je krijgt kunnen invloed hebben op hoe je de pijn ervaart. Baringspijn is daarmee niet alleen lichamelijk, maar wordt ook beïnvloed door psychologische en sociale factoren.

De pijn tijdens een bevalling is anders dan pijn door bijvoorbeeld een ziekte of verwonding. De vaak pijnlijke weeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond opengaat en dat je baby geboren kan worden. Veel vrouwen ervaren de pijn als intens, maar zien deze ook als onderdeel is van het geboorteproces.
Er zijn verschillende manieren om met de pijn om te gaan. Sommige vrouwen hebben baat bij ontspanning, bewegen, verschillende houdingen, ademhalingsoefeningen, massage of een warme douche of bad. Ook de aanwezigheid van een partner of andere vertrouwde begeleider kan helpen. Je kunt ook kiezen voor medicamenteuze pijnstilling, zoals een ruggenprik.
Er is geen goede of foute keuze. Wat voor jou prettig en passend is, hangt af van je wensen en van hoe de bevalling verloopt. Je kunt hier al tijdens de zwangerschap met je verloskundige of arts over praten. Het is goed om te weten dat je vooraf niet precies kunt voorspellen hoe je de pijn zult ervaren of wat je tijdens je bevalling nodig hebt. Je kunt daarom tijdens de bevalling altijd opnieuw bespreken wat je nodig hebt en welke mogelijkheden er zijn.
Pijnstilling tijdens de bevalling
Soms valt de pijn tijdens de bevalling je mee. Soms is de pijn juist heftiger dan je had verwacht, bijvoorbeeld wanneer de bevalling lang duurt of je erg vermoeid bent. Misschien weet je vooraf al dat je tijdens de bevalling pijnstilling wilt gebruiken.
Het is goed om te weten welke mogelijkheden er zijn, zodat je hierover vooraf of tijdens de bevalling een keuze kunt maken. Er zijn verschillende manieren om met baringspijn om te gaan. Sommige methoden zijn gericht op het verminderen van de pijn, andere op het vergroten van comfort en het helpen omgaan met de pijn. In dit artikel bespreken we natuurlijke pijnstillende, comfort-verhogende methodes en medische pijnstillende methodes.
Niet iedere vrouw heeft behoefte aan pijnstilling. Sommige vrouwen bevallen zonder pijnstilling omdat zij dat graag willen. Bij andere vrouwen gaat de bevalling zo snel dat pijnstilling niet meer mogelijk of nodig is. Zonder pijnstilling kun je heel goed bevallen.
Er zijn verschillende manieren om de pijn tijdens de bevalling te verlichten zonder medicijnen. Denk aan een warme douche of een bad, een prettige houding, rustige ademhalingsoefeningen of een massage door je partner of begeleider. Voor veel vrouwen helpen deze manieren voldoende.
Als de pijn toch te heftig wordt, of als je van tevoren al weet dat je pijnstilling wilt, zijn er ook medische mogelijkheden. In Nederland zijn de meest gebruikte vormen een ruggenprik (epiduraal), een morfinepompje (remifentanil) en lachgas. Welke vormen van pijnstilling beschikbaar zijn, verschilt per ziekenhuis of geboortecentrum. Ook verschilt het wie je tijdens de bevalling begeleidt als je voor een bepaalde vorm van pijnstilling kiest. Bespreek daarom vooraf welke mogelijkheden er zijn op de plek waar je wilt bevallen.
Medicamenteuze pijnstilling
Bij medicamenteuze pijnstilling worden jij en je baby extra gecontroleerd. Welke controles nodig zijn, hangt af van de soort pijnstilling.
Bij een ruggenprik wordt de hartslag van je baby vóór het starten van de pijnstilling voortdurend gecontroleerd met een CTG. Deze bewaking wordt tijdens de epidurale pijnstilling voortgezet.
Ook bij remifentanil wordt de hartslag van de baby continu met een CTG gecontroleerd. Remifentanil kan invloed hebben op je ademhaling en bewustzijn. Daarom wordt ook jij tijdens het gebruik goed in de gaten gehouden. Er blijft steeds een zorgverlener bij je in de buurt.
Bij lachgas is het meestal niet nodig om de hartslag van je baby voortdurend met een CTG te controleren. Wel blijft een zorgverlener die hiervoor is opgeleid bij je in de buurt. Deze let op je ademhaling en bewustzijn.
Ruggenprik (epiduraal)
Een ruggenprik wordt geplaatst door een anesthesioloog. Via een dun slangetje in je onderrug krijg je medicijnen die de pijn tijdelijk minder maken. Hierdoor voel je de pijn van de weeën veel minder of zelfs helemaal niet meer. Een ruggenprik is een van de meest effectieve vormen van medicamenteuze pijnstilling tijdens de bevalling.
Door de ruggenprik kunnen je benen tijdelijk minder kracht hebben. Daarom blijf je tijdens de bevalling in bed. Ook voel je vaak minder goed wanneer je moet plassen. Daarom krijg je een dun slangetje (blaaskatheter) in je blaas. Hierdoor kan de urine weglopen. De blaaskatheter wordt na de bevalling weer verwijderd.
Na het plaatsen van een ruggenprik kan je bloeddruk soms dalen. Daarom krijg je extra vocht via een infuus en wordt je bloeddruk regelmatig gecontroleerd. Meestal merk je na enkele weeën dat de ruggenprik begint te werken.
Een ruggenprik kan bijwerkingen hebben. Zo kunnen jeuk, rillen, moeite met plassen en een tijdelijke vermindering van spierkracht voorkomen. Ook komt koorts tijdens de bevalling vaker voor bij vrouwen met een ruggenprik. Als je koorts krijgt, wordt gekeken naar de mogelijke oorzaak. Soms zijn extra controles of antibiotica nodig. Koorts betekent niet automatisch dat er sprake is van een infectie.
Een ruggenprik kan de tweede fase van de bevalling verlengen. Het persen kan gemiddeld ongeveer een kwartier langer duren. Oudere onderzoeken lieten ook zien dat een kunstverlossing met een vacuümpomp of tang iets vaker voorkwam. In recentere onderzoeken met moderne, laag gedoseerde ruggenprikken is dit verschil veel kleiner of niet duidelijk aanwezig. Een ruggenprik vergroot de kans op een keizersnede niet. Een zeldzame complicatie is hoofdpijn na het prikken. Dit komt voor bij ongeveer 1 op de 100 vrouwen. Meestal is deze hoofdpijn goed te behandelen en verdwijnt deze vanzelf weer.
Remifentanil via een pompje
Remifentanil is een sterk, kortwerkend opioïde. Het wordt ook wel een morfinepompje genoemd, maar remifentanil is geen morfine.
Remifentanil krijg je via een infuus met een pompje waarmee je zelf de pijnstilling kunt doseren. Je drukt zelf op een knop wanneer je pijnstilling nodig hebt. De pomp is zo ingesteld dat je niet te veel medicijn kunt krijgen. Remifentanil werkt snel en is ook snel weer uit je lichaam verdwenen nadat je stopt met het toedienen ervan. Remifentanil vermindert de pijn, maar werkt meestal minder sterk dan een ruggenprik. Het kan een mogelijkheid zijn als je geen ruggenprik wilt of als een ruggenprik niet mogelijk is. Een ruggenprik geeft meestal meer pijnvermindering.
Remifentanil kan via de placenta bij je baby komen. Daarom worden jij en je baby tijdens het gebruik goed gecontroleerd. Remifentanil kan ervoor zorgen dat je slaperig wordt en je ademhaling kan langzamer worden. Daarom wordt je zuurstofgehalte gemeten en blijft er steeds een zorgverlener bij je. De hartslag van je baby wordt continu gemonitord met een CTG. Als je ademhaling te langzaam wordt of je zuurstofgehalte daalt, kan de toediening worden gestopt. Omdat remifentanil snel uit je lichaam verdwijnt, herstelt de ademhaling meestal snel nadat de toediening is gestopt.
Er is veel ervaring met het gebruik van remifentanil tijdens de bevalling. Over mogelijke effecten op de gezondheid van kinderen op de lange termijn is nog weinig onderzoek gedaan.
Lachgas
Lachgas is een vorm van medicamenteuze pijnstilling die je inademt via een masker. Het werkt snel en is binnen enkele minuten weer uitgewerkt nadat je stopt met inademen. Lachgas vermindert de pijn meestal gedeeltelijk en kan je helpen om beter te ontspannen tijdens de weeën.
Je houdt het masker zelf vast en ademt het lachgas in wanneer je daar behoefte aan hebt. Een zorgverlener die hiervoor is opgeleid, blijft bij je tijdens het gebruik.
Lachgas is niet overal beschikbaar. Het kan alleen worden gebruikt op een plek die hiervoor geschikt is, omdat het gas goed moet worden afgevoerd.
Bereid je goed voor
Het kan je helpen om je tijdens de zwangerschap alvast te verdiepen in de verschillende manieren om met pijn tijdens de bevalling om te gaan. Bespreek met je verloskundige of arts welke mogelijkheden er zijn op de plek waar je wilt bevallen. Tijdens de bevalling kan het lastig zijn om veel nieuwe informatie te verwerken. Als je vooraf weet welke mogelijkheden er zijn, kun je tijdens de bevalling samen met je verloskundige of arts makkelijker een keuze maken die bij jou past.
Je kunt je voorkeuren vooraf bespreken en deze opschrijven in een geboorteplan. Toch kunnen je wensen tijdens de bevalling veranderen. Samen met je zorgverlener kun je steeds opnieuw bekijken welke ondersteuning of pijnstilling op dat moment het beste bij jou past. Een goede voorbereiding en steeds goed overleg kunnen helpen om met vertrouwen met de pijn om te gaan en zo bijdragen aan een positieve ervaring van de bevalling.
KNOV. Handreiking Omgaan met baringspijn.
NVA/NVOG. Richtlijn Pijnbehandeling tijdens de bevalling. 2020.
Anim-Somuah M, Smyth RMD, Cyna AM, Cuthbert A. Epidural versus non-epidural or no analgesia for pain management in labour. Cochrane Database of Systematic Reviews. 2018.
https://www.degynaecoloog.nl/onderwerpen/pijnstilling-tijdens-bevalling-ruggenprik-epiduraal/
https://www.degynaecoloog.nl/onderwerpen/pijnstilling-tijdens-bevalling-remifentanil/